De Jan Pirrewit van Nederokkerzeel behoort tot de categorie van de stampdansen. In zijn eenvoudigste vorm vinden we hem in onze gewesten terug als ‘een wals met stamp’. De dansvorm g-heeft een internationaal karakter. Een Nederlandse melodie wijkt af van de Vlaanderen gangbare muziek. ‘Jan Pierewit’ wordt in het noorden in allerlei dansliedjes voorgesteld als een ‘raar seigneur’ wiens opdringerig liefde betoon wordt afgeweerd met een kordaat ‘Ik mag je niet, ik wil je niet, scheer je weg voor mijn deur’. In Vlaanderen wordt de vrouw slecht bekeken met de zangtekst: ‘Jan Pirrewit, Jan Pirrewit, zijn vrouw was zo zat, ze heeft er gezopen, jenever van ’t vat’.
De dans zou in haast heel Nederland bekend geweest zijn volgens de Nederlandse auteurs Sanson-Catz en A. de Koe. Rond 1900 was hij in Friesland, Noord- en Zuid-Holland, en later in Gelderland, was hij nog in zwang. In Overrijssel werd bij ‘Onze Fikshond’ genoemd. Terschelling had een eigen versie. Een Sloveense versie kreeg de naam ‘Samarjanska’. Zuid-Afrikaanse voortrekkers hebben de dans blijkbaar meegenomen vanuit hun vroegere heimat. In de uitgave ‘Vir ons Volkspelers’ vinden we een drietal varianten, die allen afwijken van wat we in Vlaanderen dansen. Er zijn in Vlaanderen nog varianten te vinden onder de namen ‘Jan Piddewit’ (Essen), ‘Jan Vingerhoed’ (Zandhoven) en ‘Jan Pinnemuts’ (Dessel).