De Heiluizerdans houdt nauw verband met het oude gebruik van het heiluizen.
Op 17 januari viert men in Achtel het feest van Sint-Antonius. ’s Anderendaags, op tweede kermisdag, kent men te Achtel het heiluizen. Sommigen beweren dat het om eiluizen zou gaan, afgeleid van afluizen van eieren. Anderen houden vol dat het komt van heilhuizen, of zegen wensen aan de huizen.
Tegen de middag komt de hoornblazer uit het lokaal De Ploeg naar buiten en blaast met volle kaken dat er geheiluisd zal worden. De jonge mannen laten niet lang op zich wachten, want dadelijk komen ze uit alle richtingen naar de staminee. De oudste, de kapitein, geeft aan de nieuwelingen de nodige uitleg. Het liedje wordt nog eens herhaald. Er wordt uitgelegd voor een fles porto, en een fles groene, een zure en een zoete. Deze worden toevertrouwd aan een schenker die een zonnehoed op het hoofd draagt, en door de waard een spierwitte voorschoot krijgt voorgebonden. Vervolgens begeeft de groep zich op weg.
Aan het eerste huis gekomen, treedt de kapitein naar voor, geeft met zijn stok drie rituele slagen op de muur: één boven, één links en één rechts van de deur. De muziek speelt en heel de sliert danst naar binnen al zingende:
Al is ’t dat wij maar boerkens zijn, wij kennen de liefde toch zo fijn. En we gaan op zwier, we gaan op zwier, en we maken veel plezier.
En in ons land, mesten ze vèrekens, in Holland is ’t maar vis. Ze dagen, moeten we wèreken, eer ’t onze zondag is.
Tiereliere, verkensnieren, magere peerkens zijn er niet vet. En we gaan op zwier, en we gaan op zwier, en we maken veel plezier.
De kapitein gaat op eens stoel staan, bonst met zijn stok tegen de zoldering en beveelt: halt-la! De mand wordt in het midden op de vloer gezet, en de boerin schuift er al rap een flink stuk kermisoverschot in: kermenaaien (karbonaden), korteletten (koteletten), frikadellen, worsten, krentenboterhammen, wafels, zo van alles wat. Wie geen kermiseten meer heeft, geeft wat geld. Weer stoot de kapitein zijn stok tegen het plafond. Het wordt muisstil. Plechtig beveelt hij dan: dansez! Daarop begin een dansstonde de gasten dansen met de boer, de boerin, de jongens, de meiden en de boerendochters: een stukske Heiluizer, maar ook andere dansen komen aan bod. Dan weer een bons tegen de zoldering. Marchez! Het gezelschap speelt en zingt:
Nu trekken we naar ’n andere stee, wie met ons wil gaan, die gaat maar mee! Een we gaan op zwier, en we gaan op zwier, en we maken veel plezier.
De schenker trakteert de boer nog gauw met een portooke, de boerin met ne groene. Al zingend en dansend trekt men zo het gehucht rond. Alle huizen worden bezocht, want geen enkele boer wenst overgeslagen te worden.
In De Ploeg wordt ’s avonds alles juist verdeeld en opgesmuld. Daarna verdeelt de groep zich in twee: de ene helft noordwaarts, de andere helft zuidwaarts, om zo, huis na huis het jonge vrouwvolk, de meiden en de jonge dochters af te halen. Ze vieren samen een gezellige avond met liederen, vertellingen en oude dansen. Klokslag middernacht is alles voorbij en in volle groep worden de meisjes naar huis gebracht. Samen uit, samen thuis!
Voor de muziekopname tekende Volkskunstgroep Reintje Vos. Meer informatie over de groep: https://sites.google.com/view/volkskunstgroepreintjevos/