DRAAIENDE WINDEN
Draaiende Winden verwijst naar het oogstgebeuren. Jefke Adriaensen, de oom van Louis Doms, leerde hem de dans aan, toen hij vanuit Merksplas naar Hoogstraten kwam wonen. Over de betekenis van de dans kreeg Louis Doms uitleg van Jaak Van de Kieboom.
Als het koren gepikt was, werd het op het veld ‘in hok’ gezet (zes schoven bij elkaar) om te kunnen drogen. Daartoe was wind nodig. Bij ‘staand weer’ of vast weer, was er bijna geen wind. Er was ‘draaiend weer’ nodig met ‘draaiende winden’! Bij staand weer dansten de meisjes en de vrouwen onvermoeid, om met hun wijdopengespreide rokken zoveel mogelijk wind te maken.
IVV en VVKB werkten samen voor het publiceren van deze dans. De beschrijving, muzieknotatie, tekeningen en achtergrondinfo van deze dans komen uit de IVV-publicatie ‘Dansen uit de Noorderkempen’. De muziekopname is deze die terug te vinden is op de LP ‘Vlaamse Volksdansen III’ van VVKB.